Toen hij binnentrad, trad de man van het heiligdom hem tegemoet met open armen. “Wilt gij ons verhalen wat uw ogen hebben gezien en wat uw hart heeft gedragen tijdens deze reis?”
De reiziger was enigszins verrast door deze woorden. Dikwijls was hij immers voorbijgegaan aan de deuren der mensen zonder dat iemand acht sloeg op zijn zwoegen. Dat men hier, in de stilte van het heiligdom, werkelijk verlangde te luisteren naar zijn eenvoudige omzwervingen, raakte zijn ziel.
Een milde glans van dankbaarheid kwam in zijn ogen en hij antwoordde: “Heer, gij schenkt mij een luisterend oor dat ik niet had verwacht. Ik zal u de roerselen van mijn hart openbaren.”
Zij namen samen plaats op de houten banken, terwijl het zachte licht van de kaarsen de ruimte vulde. En eenieder in de kapel keerde zich om en luisterde met open hart naar de getuigenis van de pelgrim, De pelgrim sprak over zijn zoektocht naar vrede, over de lasten van het verleden en de hoop op een nieuw begin.
Gehoord en met hernieuwde kracht vervolgde de pelgrim zijn weg.
”Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.” – Hebreeën 13:2